Burn-out

Ervaringsverhaal: Wat als je onder druk staat?

Op een dag werd Kim als verpleegkundige in opleiding vorig jaar zélf in bed gelegd. Vanwege een burn-out, waar ze ruim een jaar later nog van aan het opkrabbelen is. ‘Dat ik hier doorheen ben gegaan, heeft me zoveel gebracht.'

Uit het ledenpanelonderzoek van IZZ blijkt dat 37% van de zorgmedewerkers een burn-out heeft of heeft gehad. En maar liefst 79% heeft last van bijbehorende klachten (gehad). IZZ wil burn-out bespreekbaar maken, bij jong en oud in de zorg. Alleen zijn veel jongere zorgmedewerkers – met hun carrière nog voor zich – bang om een stempel te krijgen. Kim (26) verpleegkundige in opleiding deelt om die reden haar verhaal anoniem.

Ik was helemaal op

Helemaal op 

Duizeligheid, hoofdpijn, spierpijn, vermoeidheid en een verminderde concentratie. Kim had gezondheidsklachten die ze in verband bracht met haar fibromyalgie. Maar het bleken burn-outklachten. ‘Ik had dienst en de dag ervoor was ik nog bij de reumatoloog geweest’, vertelt Kim. ‘Eigenlijk dacht ik dat ik misselijk en duizelig was als bijwerking van mijn medicatie. Het werd echter zo erg dat mijn collega’s mij op bed legden, omdat zelfs zitten niet eens meer ging. Ik was helemaal, helemaal op.’ De bedrijfsarts bevestigde dit.

En na zes weken thuiszitten, pakte Kim de draad met halve dagen weer op. Kim: ‘Ik wilde graag, maar het bleek geen goed idee. Mijn klachten bleven en ik had moeite om bijvoorbeeld contact te maken met patiënten. Op het werk ging er door mijn hoofd: wat doe ik hier eigenlijk? Na een paar weken van af en aan ziek melden, startte er een revalidatietraject voor mijn burn-out. Pas sinds eind januari van dit jaar ben ik weer volledig aan het werk.’

Niks voor jou

Meerdere keren kreeg Kim te horen: ‘Is de zorg niet te zwaar voor jou?’ Maar ze houdt van haar vak. Van de verpleegtechnische handelingen en het klinisch redeneren. En ze weet dat ze niet de enige is die in de knel komt als het om werkdruk gaat: twee directe collega’s en haar werkbegeleider zijn overspannen. ‘Al vanaf mijn zestiende is de zorg het voor mij. Wel denk ik de laatste tijd soms: wat ga ik doen als de werkdruk nog erger wordt? Zoals het nu is in de zorg staan we schaakmat. Overheid en politiek: zij zijn aan zet.’

Aandacht voor elkaar

Gelukkig is er in Kims team veel aandacht voor hoe het met je gaat. Vanuit haar leidinggevende (Kan ik wat voor je doen?) en bijvoorbeeld met elke dagstart (Hebben we goed geslapen? Gaan we het redden qua bezetting en werk?). 

Moet ik dit nu doen? Met de klemtoon steeds ergens anders

Maar de belangrijkste vraag stelt Kim steeds weer aan zichzelf: moet ik dit nu doen? Met de klemtoon steeds ergens anders. ‘Ik vraag bijvoorbeeld rustig aan een arts of fysiotherapeut of ze een kwartiertje later kunnen terugkomen als het mij écht niet uitkomt. Voorheen zou dat niet bij me opgekomen zijn! Het leuke is dat het soms ook een beetje lukt collega’s te inspireren om wat vaker voor zichzelf op de rem te trappen. Hoe vaker je gas geeft, hoe meer je uit de bocht vliegt’, zegt Kim. ‘En zet jezelf op één: dat is mijn beste tip. Er is niemand anders die dat voor je doet.’

Kims moeder Leonie werkt ook in de zorg, als verpleegkundige in de wijk. Hoe was de druk vroeger in de zorg? Is er wat veranderd? En hoe gaan zij daarmee om? Lees het gesprek tussen Kim en Leonie.