Column: Kwestie van kiezen

Hoe vanzelfsprekend is het dat de mantelzorg voor een hulpbehoevende naaste wordt belegd bij degene in de familie die “toch al werkt in de zorg”? Helemaal niet vanzelfsprekend, stelt bewegingswetenschapper Nico Knibbe.

De combinatie van zorgtaken kan leiden tot ernstige gezondheidsklachten bij mantelzorgende zorgmedewerkers. Tijd voor een mindshift‘De gemiddelde zorgmedewerker is continu aan het tillen en manoeuvreren met patiënten. Cliënten wassen, in en uit bed helpen, ondersteunen bij fysieke activiteiten: geen wonder dat veel zorgmedewerkers aan het eind van de dag last van hun lijf hebben. Het feit dat cliënten steeds zorgbehoevender en steeds zwaarder worden, helpt daarbij niet. Dat zorgmedewerkers zelf steeds ouder worden, evenmin.

Zorgmedewerkers denken vaak dat de mantelzorg er wel even “bij” kan

Dubbel belast

Iedereen weet dat de fysieke belasting van zorgmedewerkers hoog is. En toch kijken mensen op het moment dat iemand in de directe omgeving mantelzorg nodig heeft, als eerste naar de zus, zoon of buurvrouw die in de zorg werkt. Onder het mom van “jij kunt dat” worden mantelzorgtaken als vanzelf die kant opgeschoven. De zorgmedewerker – die zich verantwoordelijk voelt – pakt het meestal net zo vanzelfsprekend op, vaak met het idee dat de mantelzorg er wel even “bij” kan. De realiteit is helaas anders. 

Mantelzorgende zorgmedewerkers worden dubbel belast. Daar mag je niet te licht over denken: niet als zorgmedewerker, niet als familielid, niet als werkgever. Betekent dit dat we hulpbehoevende naasten dan maar aan hun lot overlaten? Zeker niet. Mantelzorg is van grote waarde. Ook maatschappelijk, maar dan wel in combinatie met slimme hulpmiddelen. Een sta-op-kussen, steunkousenaantrekker of zelfs een maaltijdrobot vergroten de zelfredzaamheid van mensen met een ziekte of beperking. Dingen zélf kunnen doen is niet alleen goed voor iemands welbevinden, het zorgt er ook voor dat de taak van de mantelzorger aanzienlijk wordt verlicht.

Praktische oplossingen

Elke zorgmedewerker die mantelzorg verleent of gaat verlenen, zou op eerste plaats niet te snel ja moeten zeggen. En daarnaast zichzelf de vraag moeten stellen: kunnen we het, al is het maar voor een deel, oplossen met hulpmiddelen? Elke naaste zou hiervoor open moeten staan, vanuit het besef dat op deze manier overbelasting van de mantelzorger wordt voorkomen. Er zijn legio voorbeelden van hulpmiddelen en praktische oplossingen, alleen al op zelfhulpsite Scouters.nl staan er zo’n 950. Een kwestie van kiezen. Succes!’

Nico Knibbe is bewegingswetenschapper en werkzaam voor netwerkorganisatie LOCOmotion.