Werk- privébalans

’Lastige vragen bewaren ze gelukkig voor later’

Testjes doen met mensen die dat niet meer goed kunnen. Zo omschrijven de drie jongens van Susan Willems het werk van hun moeder. Zij is psychodiagnostisch medewerker. Een pittige baan en ook confronterend. Wat weten haar zoons van haar werk? En wat voor invloed heeft Susans baan op haar gezin?

Susan Willems is psychodiagnostisch medewerker in ziekenhuis Pantein

Giel, Tijs en Jop zitten keurig aan de grote tafel in de huiskamer. Maar het duurt even voordat ze thuisgeven. Wel wordt er de hele tijd gelachen. En al snel vertellen ze welke testjes van hun moeder ze zelf leuk vinden. ‘Blokjes steeds anders neerleggen, cijfers andersom nazeggen’, zegt Jop. ‘Soms maken we er een wedstrijdje van om de opdrachten zo snel mogelijk te doen.’

Haar werk

Het blijkt dat Susan soms nieuwe testmaterialen mee naar huis neemt. Als ze deze eerst uitprobeert samen met haar zoons, is ze beter voorbereid op het eerste gebruik bij een patiënt. Ze werkt in Maasziekenhuis Pantein in Boxmeer. ‘Als psychodiagnostisch medewerker verricht ik psychologisch onderzoek naar het functioneren van patiënten’, legt ze uit. ‘Het gaat om kinderen met onduidelijke klachten bij wie de kinderarts niets lichamelijk heeft kunnen vinden. Of om volwassenen die cognitieve problemen hebben, na bijvoorbeeld een ongeluk, TIA of een vermoeden van dementie. Het besef dat ze iets niet meer kunnen, komt vaak tijdens de onderzoeken die ik doe. Soms komt mijn werk dan heel dichtbij. Zeker als het om jonge mensen gaat.’

De resultaten van de tests en haar observaties beschrijft Susan in een onderzoeksverslag. ‘Het is gemakkelijk als ik direct na het onderzoek het verslag uitwerk. Op de halve dagen die ik werk lukt dat maar net. Eén dag in de week heb ik twee onderzoeken op een dag en dan is het nog meer aanpoten.’ Ze houdt van het werken in de zorg. Wat ze op haar werk meemaakt, fietst ze op weg naar huis eruit. Haar jongens merken er niets van.

‘Na zo’n dag heb je weleens migraine, hè mam?’, zegt Tijs. ‘Soms ben je zo moe dat je op de bank wilt liggen.’ Susan geeft toe dat dat klopt. ‘Van migraine heb ik al last vanaf mijn veertiende, en de laatste tijd weer wat vaker als ik een zware dag heb gehad. Ik kan dan zo ontzettend misselijk en moe zijn.’ Ze moet lachen: ‘Het is fijn dat ze dit alle drie goed aanvoelen. Natuurlijk kunnen ze gewoon tegen me praten, maar de lastige vragen bewaren ze dan gelukkig voor later.

‘Het is fijn dat ze dit alle drie goed aanvoelen’

Moeder

Jaren geleden heeft Susan voor zichzelf wel even aan de rem moeten trekken. Haar eigen moeder kreeg op jonge leeftijd de ziekte van Alzheimer. Daarom nam ze een aantal maanden verlof op. ‘Ik kwam er bijna dagelijks en iedere donderdag ging ik naar mijn ouders om mijn vader een dag op adem te laten komen’, vertelt ze. ‘Voor opa was dat fijn’, zegt Giel. ‘En wij werden opgevangen door onze andere oma of gingen gewoon mee. Het is goed dat ze dit gedaan heeft. Inmiddels is oma overleden. Toen kón het nog. Wij snappen dat wel.’ Met tekeningen legde Susan haar zoons uit wat er met hun oma gebeurde. Later maakte ze hier een boekje van: Het huis in je hoofd.