Aandacht voor de overgang bij Zorgorganisatie Vivent

Praten over de overgang is nog steeds lastig op het werk. Om het taboe te doorbreken is zorgorganisatie Vivent, in de regio Den Bosch, gestart met het programma OVER! Voor medewerkers Ria Kandelaars en Wilma Spruijt heeft het veel opgeleverd. ‘Als ik vertel hoe ik me voel, heb ik er minder last van.’

Als coördinator van driehonderd vrijwilligers kende Ria Kandelaars (52) iedereen bij naam. Zelfs de persoonlijke besognes van de vrijwilligers wist ze feilloos. Maar ineens werd alles anders. ‘Soms kon ik niet meer op een naam komen, of vergat ik afspraken.’ De verbazing klinkt nog door in haar stem. ‘Mensen konden altijd vertrouwen op mij, maar dat was niet meer zo. Dat voelde ontzettend naar.’ Hoewel ze de jaren daarvoor al last had van opvliegers, legde ze geen link met de overgang. ‘In mijn familie komt dementie voor, bij Vivent hebben we cliënten met dementie. Ik was bang dat dit de eerste verschijnselen waren.’

Laat me met rust 

Op het werk zoekt Wilma Spruijt (51) regelmatig een rustig plekje op. Soms met de rug naar collega’s toe, bij voorkeur met uitzicht naar buiten. ‘Als ik niet lekker in mijn vel zit, laat me dan maar alleen. Dan komt alles goed.’ Wilma, werkzaam als coördinator Vivent Langer Thuis, heeft sinds drie jaar last van overgangsklachten. Veel pijn in de gewrichten, hoofdpijn, badend in het zweet wakker worden en heftige menstruaties. ‘De huisarts zei: “Je hebt stress, doe het rustig aan.”’ Ze vertelt bedachtzaam, maar ook met enige irritatie. ‘Naast het werk zorgen mijn man en ik al 22 jaar voor onze gehandicapte dochter. Voor een huisarts is het dan makkelijk om de klachten aan stress te wijten.’ Thuis merkte Wilma dat ze geen zin meer had om alleen maar te zorgen. ‘Voor mijn gevoel was ik er klaar mee. Maar tegelijkertijd voelde ik me ontzettend schuldig.’ Toen op het werk als onderdeel van programma OVER! een lezing werd gehouden over de overgang, viel er een last van Wilma’s schouders. ‘Ik hoorde dat je tijdens de overgang minder oxytocine aanmaakt: hét zorghormoon.’ Opluchting en een lach: ‘Het is normaal om minder te willen zorgen, ik ben dus geen slechte moeder!’

Opvliegers

Wilma heeft tijdens haar werk vooral last van heftige menstruaties en warmte. Aangekomen op de dagbesteding loopt haar hoofd rood aan. ‘Soms moet ik ieder uur naar het toilet en ik heb altijd overal maandverband of tampons liggen. Ik loop met mijn broekzakken volgepropt over de afdeling. Dat is erg vervelend.’ Ria heeft niet alleen last van haar geheugen, maar ook van opvliegers. ‘Als ik ook maar een beetje in beweging kom, gutst het zweet van mijn gezicht en beslaat mijn bril. Er zit niets anders op dan bril af, bril op en maar deppen met een zakdoekje. Ook heb ik soms het gevoel dat ik wel op mijn werk ben, maar eigenlijk ook niet. Ik heb minder zelfvertrouwen, kan ik het nog wel?’ Om de opvliegers te lijf te gaan, draagt Ria vooral bloesjes met korte mouwen. Een waaier in de tas en weinig koffie en alcohol. Om haar geheugenverlies op te vangen, schrijft ze álles op.

’Mijn collega’s die direct contact hebben met cliënten, hebben het veel zwaarder’

Bespreekbaar maken 

Erover praten met collega’s lucht Ria enorm op. ‘Als ik vertel hoe ik me voel, heb ik er minder last van. Ik ben niet altijd de leukste, dan kan ik dat ook maar beter zeggen. Praten levert meer begrip op, ook bij jongere of mannelijke collega’s.’ Wilma kiest voor het solopad. Met slechts één collega die ook nog eens twintig jaar jonger is, voelt ze zich niet vrij genoeg om haar klachten aan de grote klok te hangen. Wel heeft ze haar eigen manier gevonden om ermee om te gaan. De rust opzoeken, luchtige kleding, veel koud water drinken, groene thee voor het slapengaan, in de pauze even naar buiten en een extra set kleren in de tas. En vooral: relativeren! ‘Mijn collega’s die direct contact hebben met cliënten, hebben het veel zwaarder. Zij komen vaak bij ouderen in huis waar het altijd warm is. Of ze moeten de douche in met iemand, terwijl ze een opvlieger krijgen. Ik kan mijn werkdagen indelen afhankelijk van hoe ik me voel. Lukt het overdag niet, dan maak ik mijn werk ’s avonds thuis af. Ik ben bevoorrecht.’ Het programma OVER! heeft beide dames geholpen. Ria: ‘Ik kan klachten nu beter plaatsen. Ik krijg er geen beter geheugen van, maar ik voel me een stuk lichter.’ Wilma vult aan: ‘Het was een eyeopener dat gekke klachten wel degelijk ergens vandaan komen. Tijdens de zwermsessies mocht ik naar mezelf kijken, terwijl mijn leven altijd in het teken stond van anderen. Dat was ontzettend waardevol, een cadeautje.’

Programma OVER! bij Vivent 

Toen Agnes van der Biezen, hr-manager bij Vivent, zich realiseerde dat juist vrouwen van boven de vijftig zich opvallend vaak ziek melden, besloot ze actie te ondernemen. ‘Ik besefte dat aandacht voor specifieke situaties, zoals de overgang of het hebben van een mantelzorgtaak, kan helpen. We praten niet gemakkelijk over de overgang. Het programma OVER! wil dat doorbreken.’ Bij Vivent is de eerste cyclus inmiddels achter de rug: een informatiebijeenkomst voor onder meer leidinggevenden, gevolgd door meerdere “zwermsessies” voor zorgmedewerkers. Hier praten vrouwen in kleine groepjes over de overgang en alles wat daarbij op het werk komt kijken. Maar ook staan ze stil bij vragen als “Waar sta ik nu?” of “Wat wil ik de komende periode in mijn werkende leven?”. Agnes: ‘Onze medewerkers voelen zich nu meer gehoord en gezien. Omdat ze met elkaar gesproken hebben over de overgang, wordt het ook makkelijker om het gesprek vervolgens in het eigen team aan te gaan. Ook weten meer mensen nu beter wat er allemaal kan spelen in deze levensfase.’ Ook praktijkondersteuner-bedrijfsarts Alex Ariaens juicht deze brede aanpak toe. Zelf bezocht hij ook een informatiebijeenkomst. ‘Ik weet nu meer over de relatie tussen werk en overgang. Als er nu vrouwen in deze levensfase bij me komen, zal ik het onderwerp sneller aankaarten. De overgang is iets waar je samen aandacht aan schenkt: thuis met je partner, op het werk samen met je team en leidinggevende.’