Werk- privébalans

'Ik heb geleerd mijn grenzen aan te geven'

Lieke Veltmaat (23) werkt twee jaar als kraamverzorgster. Na een operatie heeft ze geleerd haar grenzen aan te geven. Zowel in het kraamgezin als naar haar werkgever PVG. ‘Om fit te blijven, probeer ik ook zo veel mogelijk te ontspannen.’

‘Ruim twee maanden heb ik thuisgezeten na een operatie aan mijn voeten. Op mijn slippers ben ik weer begonnen met werken. Mijn werk werd aangepast. Ik begon met een klein gezin en toen ik in een groter “gewoon” gezin aan de slag ging, kwam er ondersteuning mee. Ik moest even wennen: balans vinden tijdens het lopen, niet te veel doen, op tijd gaan zitten, hulp vragen.

Balans tussen werk en thuis

Ik weet dat de werkomstandigheden in de kraamzorg zwaar kunnen zijn. Zelf werk ik 49 uur in acht dagen, daarna heb ik twee dagen vrij. Dat staat vast en is voorspelbaar. Na die twee vrije dagen sta ik in de wacht tot ik weer in een gezin kan starten. Dan weet ik nooit wanneer ik aan de beurt ben. Soms duurt het zes dagen, soms een halve. De geboorte van een baby is nu eenmaal niet te plannen. In die periodes is het lastiger om privé iets af te spreken. De balans tussen werk en thuis kan dan scheef zijn. Mijn werkgever doet er alles aan om dat recht te zetten. Ik kan bijvoorbeeld aangeven dat ik een paar uurtjes wil sporten. Dan halen ze me uit de wacht, en zetten me daarna weer terug.

‘We mogen altijd naar kantoor bellen om ons hart te luchten’

In drukke tijden krijg je op een vrije dag weleens een telefoontje of je kunt bijspringen. Je moet dan echt je grenzen aangeven, wat soms lastig is. Ik heb dat in de loop van de tijd wel geleerd. Fysiek is het werk zwaar. Ook al staat een bed op klossen, je staat toch scheef als je helpt bij de borstvoeding. Tijdens een door PVG georganiseerde cursus over houdingen, leer ik hoe dat beter kan. Hulp vragen aan de vader is ook een optie. Als hij toch naar boven loopt, kan hij misschien wel de stofzuiger meenemen?

Je hart luchten

Thuis denk ik weleens na over dingen die niet lopen in een gezin. Ouders zijn bijvoorbeeld oververmoeid, of er spelen andere problemen. Het is niet de bedoeling om dat mee naar huis te nemen. Gelukkig kan ik dat steeds beter van me afzetten. We mogen altijd naar kantoor bellen om ons hart te luchten. Of we bespreken moeilijke momenten in intervisiegroepjes.

Veel ontspannen

Om fit te blijven, probeer ik zo veel mogelijk te ontspannen. Als ik in een pittig gezin werk, doe ik ’s avonds bewust minder. Gewoon op de bank hangen is dan al genoeg. Als ik energie over heb, ga ik sporten of spreek ik af met vrienden. In het gezin zelf probeer ik er altijd een feestje van te maken. Als ik de blije gezichten zie van twee kersverse ouders, word ik zelf ook blij.’