Preventie

Zo fit mogelijk de eindstreep halen

Een workshop kickboksen, verplichte pauzes, ruimte om na te denken over je loopbaan. Allerlei activiteiten die in het Isala-ziekenhuis in Zwolle moeten bijdragen aan gezonde en energieke medewerkers. Een kijkje op de afdeling Verloskunde.

Een spel met vragen over je loopbaan, je fysieke of je mentale gezondheid is een van de instrumenten die in Isala in Zwolle ingezet worden om werknemers kennis te laten maken met duurzame inzetbaarheid. Marita van Polen, arbeids- en organisatieadviseur, houdt zich vooral bezig met het ontwikkelen en promoten van middelen om duurzame inzetbaarheid zo goed mogelijk onder de aandacht te brengen van alle medewerkers.  ‘We willen dat mensen plezier beleven op de werkvloer, energie hebben, met een goed gevoel naar huis gaan en goed herstellen. Een gezonde werkomgeving is dan erg belangrijk.’

Langer doorwerken

In vergelijking met veel andere ziekenhuizen is Isala actief bezig met dit onderwerp. ‘Duurzame inzetbaarheid is een issue omdat we langer gaan doorwerken’, vertelt Marieke Kral, hoofd Arbo. ‘Nederland heeft daar geen ervaring mee. Na de Tweede Wereldoorlog hebben we een verzorgingsstaat opgebouwd, waarbij iedereen die een smetje had kon stoppen met werken. Dat is omgeslagen. Nu moeten we juist leren hoe we mensen lang productief kunnen houden in een organisatie.  Met een groeiend aantal ouderen en steeds minder verpleegkundigen hebben we de mensen heel hard nodig.’

Precies de reden waarom de afdeling Arbo erg actief is. Marita: ‘Het achterliggende idee is dat niet alleen een medewerker iets moet doen voor de organisatie, maar dat ook de organisatie iets moet doen voor de medewerker. ’ Van een masterclass over werkdruk tot het programma ‘Isala floreert’ (met interventies gericht op het versterken van positieve gevoelens), van een praktijkwijzer ‘Duurzame inzetbaarheid voor leidinggevenden’ tot het vitaliteitsprogramma Sterk & Fit. Trots vertelt Marita dat het storm loopt als de nieuwste Sterk & Fit-catalogus uit is, met talloze activiteiten, waaronder kickboks bootcamps, voedingsadviezen, een cursus zelfleiderschap, een workshop compassie met jezelf of een rondetafelgesprek voor zestigplussers.

Marita van Polen, arbeids- en organisatieadviseur:

‘Het achterliggende idee is dat niet alleen een medewerker iets moet doen voor de organisatie, maar dat ook de organisatie iets moet doen voor de medewerker’

Prikkelarme koffiekamer

Ook over de koffiekamer is nagedacht: geen warboel van allerlei formulieren aan de muur geprikt, zoals vaak het geval is in personeelsruimtes. ‘Een bewuste keuze’, vertelt verpleegkundige Johanna Seubring. Haar collega Anja Kersjes vult aan: ‘Ik werd er helemaal gestoord van. Als ik pauze heb, wil ik niet ook nog geconfronteerd worden met lijstjes waarop ik moet aangeven welke feestdagen ik kan werken, wanneer ik in de zomer met vakantie wil of wanneer mijn functioneringsgesprek plaatsvindt. Tijdens een pauze wil ik herstellen en ontspannen. Er hangt nu alleen nog een monitor, maar daar kun je met de rug naartoe gaan zitten’, lacht ze. 

Marita, die na haar master arbeid- & organisatiepsychologie zelf de ruimte kreeg om een carrièreswitch te maken van verpleegkundige naar arbeids- en organisatieadviseur, hoopt dat alle inspanningen van haar afdeling resultaat gaan hebben. Concreet? ‘Gezonde en bevlogen medewerkers die hier graag willen werken. Hun plezier heeft weer effect op de kwaliteit van zorg en op het welzijn van de patiënten. Dat levert een goede pr op voor de organisatie, waardoor mensen hier graag komen werken.’

Reactie Martijn Venus, IZZ-manager projecten ‘Gezond werken in de zorg’:

‘Als ik Isala vergelijk met andere ziekenhuizen, is deze organisatie heel ver als het gaat om duurzame inzetbaarheid. Ze staan in de Top-10 van ziekenhuizen waar het personeel een laag zorggebruik heeft. Andere ziekenhuizen in die Top-10 hebben een soortgelijk beleid rondom duurzame inzetbaarheid. Bij Isala wordt er veel ruimte en geld beschikbaar gesteld om hiermee bezig te zijn. Er is zelfs iemand naar Den Haag gereisd om te zorgen dat het fietsenplan niet extra belast zou worden. Dat is een stap extra en dat hoor ik niet vaak.’